Bijsnijden tot vierkant, staand of breed, afhankelijk van het gebruik

Landschapsillustratie

Een foto heeft geen vaste vorm. Op de telefoon vult een staand beeld het scherm, in een fotoboek past een breed beeld vaak beter op de bladzijde, en op een kaart werkt soms juist een vierkant. Als je van tevoren bedenkt waar de foto terechtkomt, kun je hem op maat bijsnijden. Dat kost weinig tijd en maakt het verschil tussen een foto die past en een foto waar iets afgesneden wordt.

Denk eerst aan het doel

Een vierkant beeld is rustig en evenwichtig. Het werkt goed voor een portret, een bord met eten of een klein voorwerp midden in het beeld. Een staand beeld is ideaal voor het telefoonscherm en voor een lange boom, een toren of iemand die staat. Een breed beeld past bij landschappen, groepen en alles wat zich zijwaarts uitstrekt. Ook voor het scherm van de televisie is een breed beeld meestal de beste keuze.

Kijk goed naar wat er aan de randen gebeurt. Bij het bijsnijden verdwijnen delen van het beeld, en dat kunnen delen zijn die je nodig hebt. Zorg dat gezichten, handen en het hoofdonderwerp ruim binnen het kader blijven. Snijd ook nooit precies door een pols, een knie of de nek van iemand, want dat ziet er vreemd uit. Liever iets ruimer bijsnijden dan te krap.

Fotografeer bij voorkeur wat ruimer dan je denkt nodig te hebben. Dan kun je later kiezen: één versie voor de kaart, één voor het fotoboek en één voor het scherm. Maak van elke versie een kopie, en geef die een duidelijke naam. Zo blijft het origineel intact en kun je altijd terug naar het begin. Een foto die eerst breed was, kan zo een tweede leven krijgen als staand beeld.

Controleer het resultaat op een groter scherm voordat je iets laat afdrukken. Wat er op een telefoon goed uitziet, kan in een fotoboek anders overkomen. Let ook op de marges: bij afdrukken valt soms een smalle rand weg, dus zet belangrijke dingen niet helemaal aan de rand. Wees niet bang om te experimenteren, want bijsnijden is altijd terug te draaien zolang je het origineel bewaart.